Het onderwijs

De opbouw van het onderwijs

  • Maternidad en Kindergarten

    Kinderen kunnen met 2 jaar naar Maternidad en met 4 jaar naar de Kindergarten. De opvang en het onderwijs voor 2 tot 5 jarigen gebeurt buiten de basisschool, vaak in privé crèches. Alleen basisscholen voor dove kinderen hebben een afdeling Maternidad en Kindergarten.

  • Basisonderwijs 5-12 jr (Pre-primario en Primario)

    Vanaf 5 jaar zijn kinderen leerplichtig maar er is geen controle of deze verplichting ook wordt nageleefd. Alle basisscholen beginnen met een voorbereidende 1e klas voor 5-jarigen.

    Tot 2015 telde de basisschool 9 jaren:  1 jaar Preprimario + 8 jaar basisonderwijs. De laatste twee jaren zijn te vergelijken met onze brugklassen. Aan het eind van het 8e jaar was er een landelijke toets Als je daarvoor slaagde mocht je door naar de 4-jarige middelbare school, het bachillerato. Het diploma Bachillerato geeft toegang tot hoger onderwijs op een academie of universiteit.

    Na 2015, bij de invoering van verplicht onderwijs voor 5-15 jarigen,  werd deze structuur gewijzigd:

    • 1 jaar Pre-primario
    • 6 jaren Basisonderwijs met een afsluitende landelijke toets
    • 6 jaren Middelbaar onderwijs of Bachillerato.

    We moeten nog even wennen aan dit systeem. Daarom kan het zijn dat beide nog even naast elkaar worden gebruikt in de jaarlijkse verslaggeving.

    De basisschool kent nu dus 6 leerjaren, klassen of “cursos”. De eerste drie leerjaren worden gebruikt om de kinderen de basisvaardigheden van het lezen, rekenen en schrijven te leren. De vorderingen van de leerlingen worden in letters uitgedrukt (A, B en C).
    De volgende 3 jaren worden cijferrapporten gegeven. De basisschool wordt afgesloten met een landelijk eindexamen in 8 vakken. Een leerling mag deelnemen aan dit examen als hij voor elk vak gemiddeld tenminste 70 punten heeft behaald. Er zijn drie momenten waarop eindexamens kunnen worden afgelegd: mei, juni en juli. Een leerling mag blijven zitten maar zakken voor het eindexamen betekent een doorverwijzing naar het volwassenenonderwijs. De leeftijd waarop de basisschool wordt afgerond is 14 jaar. Veel arme kinderen gaan laat naar school of kunnen een of meerdere leerjaren niet af maken. Het land telt hoge cijfers van leerlingen met niet-afgemaakte primaria. In bijna alle plaatsen kan daarom vanaf 14 jaar “volwassenonderwijs” op alle niveaus van het primario en bachillerato in de avonduren gevolgd worden.
    Het primario voor kinderen is gratis: er wordt geen schoolgeld betaald. De ouders betalen alleen het inschrijfgeld, meestal ongeveer € 2,50 per kind. De aanschaf van uniform, gymnastiekkleding, boeken en schrijfwaren zijn ook voor rekening van de ouders. Alle kinderen op de basisscholen krijgen een “merienda”, een “tussendoortje” bestaande uit een pakje met vitaminen verrijkte melk en een broodje of cakeje. Deze schoolmaaltijd wordt door het Ministerie van Volksgezondheid en UNICEF vergoed en is voor héél véél kinderen van enorm belang.

    Sinds 2015 streeft het Ministerie van Onderwijs er actief naar om álle kinderen naar school te laten gaan. Overal in het land worden scholen uitgebreid of bijgebouwd. Toch zijn er nog heel veel “patioschooltjes”:  privéscholen voor kinderen die niet naar een gewone basisschool kunnen. Veel basisscholen zijn intussen overgegaan op een continurooster van 8u ’s morgens tot 4u ’s middags. Voordelen zijn  dat de kinderen op school een warme maaltijd krijgen én begeleid worden bij het huiswerk.  Op sommige scholen worden ook boeken en uniformen (gratis) verstrekt maar dat gebeurt op dit moment  nog maar sporadisch. Het streven is er…

  • Bachillerato, middelbaar onderwijs

    Het middelbaar onderwijs of bachillerato is de enige vorm van voortgezet onderwijs. Er zijn twee vormen: klassiek en economisch/administratief. Nigua heeft deze laatste vorm. Het is een 6-jarige opleiding die afgesloten wordt met een landelijk eindexamen. Het diploma geeft recht op inschrijving aan de universiteit. Zittenblijven betekent automatisch een doorverwijzing naar het volwassenenonderwijs in de avonduren. Om over te gaan zijn er drie momenten van eindtoetsen.Een leerling gaat alleen over als hij voor elk vak tenminste 70 punten behaald heeft. Proefwerken die onvoldoende waren, moeten overgedaan worden tot die 70 punten behaald zijn.
    Dit onderwijs is niet gratis. De bijdragen verschillen per school en per leerjaar maar € 25 per maand is heel normaal.

  • Universiteit

    De universiteiten leiden op voor alle hogere beroepen De meeste opleidingen duren 8 tot 10 semesters (een semester duurt een half jaar) en behaalde resultaten blijven lang geldig. Veel studenten stoppen tussentijds om te gaan werken en geld te verdienen om de studie te vervolgen. Het collegegeld bedraagt tussen de € 600 en € 4000 per jaar, afhankelijk van de studierichting en de universiteit. Voor veel studenten zijn de dagelijks terugkerende kosten van het vervoer, vaak zo’n € 5 per dag, een onoverkomelijke belasting. Het is goed mogelijk werken en studeren te combineren: aan alle universiteiten wordt er ook in de weekends gewerkt. Studeren en tegelijkertijd zorgen voor gezin en inkomen is voor veel mensen, vooral vrouwen, een zware belasting. Velen hebben het er voor over en weten op die manier de omstandigheden thuis te verbeteren!

  • Technisch onderwijs

    In heel veel plaatsen worden technische cursussen op verschillende niveaus gegeven om de mensen het gemakkelijker te maken in een bedrijf (in de vrijhandeszone) aan de slag te komen. Een andere mogelijkheid is om het geleerde zelfstandig toe te passen en zo een middel van bestaan te vinden. De opleidingen worden gegeven door een docent van INFOTEP, een semi-overheids organisatie, en afgesloten met een erkend diploma of getuigschrift.
    Het cursusaanbod varieert van vaardigheden die bij ons als creatieve hobby gelden: bakken, kaarsen maken, borduren (hier gezien als een middel om je bestaan te verbeteren) tot bijv. electrotechnische opleidingen voor een professionele beroepsuitoefening.

Scholen voor speciaal onderwijs

Scholen voor speciaal onderwijs zijn bedoeld voor kinderen met een beperking: doven, blinden, slechtlerenden etc. De meeste van deze scholen, ook al zijn het openbare, vragen schoolgeld. Dit kan variëren van € 10 tot € 50 per maand.

  • Kinderen met leer- en gedragsproblemen

    Er zijn maar weinig scholen en weinig mogelijkheden voor kinderen die, door welke beperking ook, het reguliere onderwijs niet aankunnen. In elke plaats vind je daarom “patioschooltjes”, kleine particuliere schooltjes van bijv. een leerkracht of een religieuze organisatie die deze en andere kinderen lesgeven. Ze mogen niet opleiden tot een diploma. De ouders moeten dit onderwijs zelf betalen.

  • Scholen voor blinde kinderen:

    In Santo Domingo is een school voor blinde kinderen en voor mensen die op latere leeftijd blind geworden zijn. Voor vervolgonderwijs zijn ze aangewezen op de reguliere opleidingen. De blindenschool geeft een goede begeleiding aan ex-leerlingen die overgestapt zijn naar een vorm van gewoon onderwijs.

    Links: Yelainy is blind en gaat naar de Padre Zegrischool in Nigua. Twee keer in de week krijgt ze begeleiding van iemand van de blindenschool.

 

  • Scholen voor dove kinderen

    .Er zijn erg veel dove kinderen in de Dominicaanse Republiek. Wij kennen  7 dovenscholen in het land en nog enkele particuliere scholen voor doven. De kinderen beginnen met het onderwijs als ze 3 jaar zijn en hebbensoms  zo’n 15  jaar nodig om de basisschool volledig af te ronden. Voor vervolgonderwijs zijn ze dikwijls  op de reguliere opleidingen aangewezen. Dovenschool Santa Rosa in Santo Domingo heeft gelukkig een eigen bachillerato. Alle dovenscholen vragen maandelijks een financiële bijdrage (tussen € 10 en € 20) aan de ouders.

  • Mytylscholen

    In ziekenhuizen is soms aan de revalidatieafdeling voor fysiotherapie ook een mytylschool verbonden. Het streven is de kinderen, als het enigszins kan, naar het gewone onderwijs te laten gaan. Helaas zijn er geen budgetten om deze kinderen in het gewone onderwijs goed te begeleiden zodat ze vaak door scholen worden afgewezen. De Mytylschool vraagt ook een bijdrage van de ouders.

Huiswerk

Naar welke school het kind ook gaat, vanaf 5 jaar zal het overal huiswerk meekrijgen. De ouders worden geacht hun kinderen te helpen bij het huiswerk. Een leerling die regelmatig het huiswerk niet maakt, zal problemen krijgen bij het verwerken van nieuwe leerstof. In veel gezinnen kunnen de ouders niet helpen, bijv. omdat ze zelf de leerstof niet aankunnen of omdat ze de tijd niet vinden door hun combinatie van werk en zorg voor het gezin. Hun kinderen komen in een vicieuze cirkel: ze kunnen de leerstof niet aan en en raken hun motivatie kwijt. Dat leidt vaak tot vroegtijdig verlaten van de school. In Nigua krijgen kinderen gelegenheid in de bibilotheek gezamenlijk huiswerk te maken en de informatie op te zoeken die ze daarbij nodig hebben.

Uniform

Vanaf pre-primario worden de kinderen verplicht in uniform op school te verschijnen. Behalve de voorgeschreven kleuren van broek/rok en bloes moeten er witte kniekousen of sokken en zwarte schoenen gedragen worden. Het uniform, de leerboeken en het schrijfmateriaal moeten de ouders zelf betalen. Dit is voor veel ouders een enorm obstakel en een reden waarom veel kinderen niet aan die leerplichtwet kunnen voldoen.