Kinderen met een beperking

Voor kinderen met een beperking is het leven nog moeilijker dan voor een gewoon kind. Gelukkig is er veel aan het veranderen. Vroeger zag men zo’n kind als straf voor het gedrag van de ouders en werd het voor de buitenwereld verstopt. Nu stellen veel ouders alles in het werk om het kind zo normaal mogelijk te laten opgroeien en naar school te laten gaan. Als onze hulp daarbij nodig is en het in ons vermogen ligt, willen we graag helpen.

De meest voorkomende beperkingen die we tegen komen zijn:

Doofheid en slechthorendheid

Doofheid komt in het land opvallend veel voor. De oorzaak hiervan is onbekend. Genoemd worden erfelijkheid, laag geboortewicht (ondervoeding) en restverschijnsel van hersenvliesontsteking. Er zijn diverse scholen voor kinderen met gehoorstoornissen maar het vervoer er naar toe is een groot probleem. Voor ongeveer 150 dove kinderen maken we het mogelijk elke schooldag toch te gaan.

Epilepsie

Kinderen met epilepsie hebben dagelijks medicijnen nodig. Veel arme ouders zijn niet in staat die te betalen. Het gevolg is dat de gezondheid van het kind na elke aanval verslechtert omdat er delen van de hersenen aangetast worden zodat hersenfuncties verstoord raken. We streven ernaar dat de ouders de medicijnen vergoed krijgen. Bovendien worden ze aangesproken op hun verantwoordelijkheid te zorgen dat het kind ze krijgt zoals wordt voorgeschreven. In al onze projecten gaan kinderen, mits niet te zwaar gehandicapt, naar de gewone basisschool. Enkele kinderen met zware problemen krijgen aangepast onderwijs. Zelfs in één geval van een privé juf.

“Falcemia” of sikkelcelanemie

Vooral in het zuiden van land leven veel mensen met de erfelijke ziekte sikkelcelanemie: een aandoening aan de rode bloedlichaampjes waardoor het zuurstoftransport in het bloed ernstig belemmerd wordt. Een acute aanval kan, als er niet op tijd een bloedtransfusie toegediend wordt, tot de dood leiden. Falcemia kan in verschillende gradaties voorkomen. De ziekte vereist dagelijks medicijnen en een aangepast dieet omdat een ijzerrijke voeding niet verdragen wordt. Vooral in Nigua komen we regelmatig kinderen met deze beperking tegen. We proberen te helpen met de aanschaf van medicijnen en voeding. De kinderen gaan gewoon naar school maar moeten vanwege hun ziekte regelmatig verzuimen.

Astma, bronchitis en griep

Astma, bronchitis en gewone griep komen veel voor. In Nigua meer omdat daar elke dag, elk kwartier de wagens van de zandafgravingen door het dorp stuiven en enorme stofwolken veroorzaken. Als het een tijd niet geregend heeft, stijgt het aantal astma- en bronchitispatiënten. Griep komt vooral voor door de temperatuurswisseling na storm of een hevige regenbui. Moeders proberen altijd te vermijden dat kinderen in natte kleding rondlopen. Na hevige regen moet het uniform droog zijn vóór het kind naar school kan. Dat duurt soms een dag, soms twee.

Oogaandoeningen

Yelaini is blind, en gaat naar de gewone basisschool in Nigua. 2x per week komt er een begeleider vanuit de blindenschool in de hoofdstad. Dat is te weinig voor haar, en voor haar juf.

Blindheid komen we gelukkig zelden tegen maar des te meer oogaandoeningen als scheelzien of ontstekingen. En natuurlijk de gewone lichte afwijkingen die met een bril verholpen kunnen worden. Een bril is gemakkelijk aangemeten en minder duur dan hier. Maar toch voor veel ouders onbetaalbaar. Scheelzien wordt meestal behandeld met een operatie, die helaas niet altijd succesvol is. Ernstige oogontstekingen als gevolg van een ongeluk komen regelmatig voor en vereisen vaak een lange behandelperiode. Niet zelden is een verwijdering van het aangetaste oog om het goede te behouden de enige optie. De vervanging van een aangetast oog door een kunstoog heeft al heel wat kinderen weer gelukkig gemaakt!

 

 

 

 

 

Kinderen zonder ouder(s)

Het is geen fysieke beperking als een kind een ouder of allebei moet missen, maar het heeft wel een enorme weerslag op de omstandigheden waarin het opgroeit. Wij zien het daarom toch als een beperking, een sociale beperking waardoor veel kinderen getroffen worden. Tot ongeveer 5 jaar geleden kwamen er elk jaar AIDS-wezen bij. Nu er goede medicijnen zijn overlijden ouders (en kinderen!) niet als ze zich aan medische voorschriften kunnen houden. Dat is een enorme vooruitgang.
Elk jaar weer hebben we ook te maken met het overlijden van ouders door ziekte en ongevallen. In deze cultuur wordt een kind waarvan één ouder overlijdt gezien als wees: er is niemand meer die nog voor je zorgen kan. Veel kinderen groeien op bij een alleenstaande moeder, die vaak inwoont bij haar ouders of een van haar ouders. Na het overlijden van zo’n moeder, maar soms ook na het spoorloos verdwijnen ervan, blijft het kind bij de grootouder(s) wonen. Als in een gezin de vader overlijdt, kan de positie van moeder en haar kinderen heel moeilijk worden. Vaak worden ze door de familie van vader verstoten, moeten het huis verlaten en gaat moeder terug naar haar ouder(s). Een jonge weduwe-moeder met kleine kinderen staat bijna voor een onmogelijke taak: het gezin onderhouden, dus werken, en tegelijkertijd de kinderen verzorgen. Kinderen alleen thuis laten is een riskante zaak. Vaak past het oudste kind op, zelfs al is het zelf nog maar 6 of 7 jaar oud. In dergelijke gezinnen komt alles, het wonen, het eten, ook het schoolgaan, in het gedrang. Dit zijn voor ons altijd noodgevallen waarin onmiddellijk geholpen moet worden om ondervoeding van de kinderen te voorkomen en te zorgen dat de kinderen naar school gaan.
Een vader die na het overlijden van moeder alleen met de kinderen achterblijft, staat voor dezelfde schier onmogelijke taak. En vaak met dezelfde ernstige gevolgen. Grootouders of een broer of zus die inspringen zijn onontbeerlijk.